Additieven
Additieven
Additieven zijn door de mens toegevoegde stoffen. Deze stoffen kunnen de volgende functies vervullen:
1.- Tekorten in de voeding aanvullen.
2.- Een extra component aanvullen.
3.- Geurstoffen.
4.- Kleurstoffen.
5.- Smaakstoffen.
6.- Conserveringsmiddelen.
Ad1. Tekorten in de voeding
Dit punt wil ik met een voorbeeld verduidelijken. Als door het productieproces een tekort aan calcium in de voeding is, wordt deze aangevuld met calciumcarbonaat. Op deze wijze wordt het calciumgehalte gewaarborgd. De vraag is of het toegevoegde calcium opgenomen wordt door het maag-darmstelsel ? Een niet natuurlijke vorm van een stof heeft altijd meer moeite om opgenomen te worden, dan een natuurlijke stof. Daarnaast kun je de juiste verhoudingen van de voedingsstoffen ontregelen. Zo wordt de opname capaciteit van het voer verminderd.
Ad2. Een extra component aanvullen
Vele stoffen worden extra toegevoegd. Zoals vitamine C. Hiervan wordt verwacht dat het de immuniteit helpt, Vitamine E om het spierstelsel te ondersteunen. Extra eiwitten voor honden in de groei en hyaluronzuur of chondroitinesulfaat om de gewrichten te ondersteunen. Een mooie gedachte om dit aan te vullen. Echter worden de toegevoegde stoffen ook daadwerkelijk volgens verwachting door de darm opgenomen en komen ze terecht waar ze horen te werken? Hun target orgaan dus.
Ad3., 4. en 5. Kleurstoffen en smaakstoffen
Geur-,kleur- en smaakstoffen worden zoals de woorden al zeggen toegevoegd om de geur, kleur en smaak te verbeteren. De kleur is leuk voor de consument en de geur en smaak zijn van belang om de hond en kat het voer te laten eten. Dit zijn alle stoffen die aangegeven worden met een E nummer. Zoals bijvoorbeeld E 145. Het zijn door de EG goedgekeurde hulpstoffen. Wij zijn van mening dat deze stoffen niet in onze voeding moeten zitten. Het blijven door de mens geproduceerde stoffen. Genetisch dus niet optimaal. De schadelijkheid van deze stoffen voor het lichaam is een punt van discussie.
Ad6. Conserveermiddelen
Conserveringsmiddelen zijn stoffen die de nutriënten in de voeding beschermen tegen omzettingen als denaturatie, hydrolyse en oxidatie. Deze chemische reacties vinden plaats onder invloed van warmte, zonlicht en stoffen in de lucht. Als deze omzettingen plaatsvinden wordt het voedsel minder bruikbaar voor de hond en de kat. Het kan zelfs giftige nutriënten gaan bevatten. Daarnaast kunnen schimmels, gisten en bacteriën hun invloed op de voeding gaan uitoefenen. Deze leiden ook tot giftige verschijnselen na opname van de voeding.
Conserveringsmiddelen heb je in een door de mens gemaakte chemische vorm zoals BHA, BHT en Ethoxyquine. In een natuurlijke vorm zoals vitamine C en E. De chemische conserveringsmiddelen kunnen hun negatieve invloed hebben op het lichaam van de hond en de kat. Uiteraard zijn ze in zeer lage dosis aan de voeding toegevoegd.
Tenslotte wil ik opmerken dat alle voedingsmiddelen in het gehele maagdarm stelsel opgenomen worden door één ader. De poortader. Deze voert alle stoffen naar de lever. Hier worden de opgenomen stoffen omgezet tot bruikbare stoffen. Afvalstoffen worden omgezet tot wateroplosbare stoffen die door de nieren worden uitgescheiden. Andere worden omgezet tot vetoplosbare stoffen die via de gal het lichaam verlaten. De vele toegevoegde ballaststoffen leveren de lever en nier dus extra werk. Een hoge oxidatieve belasting. Daarnaast kunnen lichte lever en nierbeschadigingen ontstaan. De lever en nier hebben gelukkig een enorme reserve capaciteit, voordat er blijvende beschadigingen ontstaan. Een nuchter bloedonderzoek kan verhoogde nier of leverwaarden detecteren en vooraf al vertellen of een orgaan aan het degenereren is. Osteopatische blokkades zijn ook een methode om overbelastingen aan te tonen.
De additieven zien we dus liever niet in de voeding om organen zo optimaal mogelijk te laten werken.
Verkleuren van CarniVoer
Als je CarniVoer ontdooit hebt dan verkleurt het onder invloed van zuurstof en licht. Dit betekend niet dat er slechte kwaliteit vlees gebruikt is of dat de voeding bedorven is. Het betekent dat er géén additieven zijn toegevoegd die de verkleuring tegen gaan en het vlees mooi rood houden. Geen conserveringsmiddelen dus.
Hoe komt dat verkleuren ?
Het is een oxidatieproces, een scheikundig proces . IJzer gaat onder invloed van water en zuurstof roesten (denk aan een roestige spijker) en vlees gaat als het ware “roesten” onder invloed van licht en zuurstof. Appels bijvoorbeeld verkleuren door oxidatie heel snel.
In de spiercel zit myoglobine. Dit is een eiwitstructuur die zuurstof kan binden. Van belang voor de processen in een spiercel. Als myoglobine zuurstof bindt wordt het mooi rood. We noemen het dan oxymyoglobine. Onder invloed van licht en warmte zal het ijzer (Fe) in het myoglobine oxideren. Het verliest een electron in de buitenste schil van het atoom. Daardoor is myoglobine niet meer in staat om zuurstof vast te houden en verandert het in metmyoglobine wat bruin gekleurd is.
Structuur van myoglobine zonder de ijzer atomen.
Gemalen vlees zoals CarniVoer heeft een grote oppervlakte door het malen en daardoor zal het sneller verkleuren dan een intact stuk vlees. Wanneer u CarniVoer loswoelt met een vork zult u zien dat het spiervlees binnen nog rood is. Dit is een bewijs dat CarniVoer geen conserveringsmiddelen gebruikt.
De consument wil mooi rood vlees en denkt vaak dat bruin gekleurd vlees niet meer goed is.
Vlees wat oud is zal niet alleen verkleurd zijn, maar ook een scherpe sterke geur hebben die niemand prettig vindt. Uiteraard moet vlees niet bederven.
Vlees wat buiten de koelkast en in de open lucht niet verkleurt, daar zijn stoffen aan toegevoegd om het natuurlijk oxidatie proces te remmen. De zogenaamde antioxydanten.
Deze stoffen zitten niet in CarniVoer.
Carnivoer wordt direct na productie ingevroren tot veertig graden Celsius onder nul. Op een manier die ervoor zorgt dat het invriezen het product niet beschadigt. Professioneel opgestelde invriessystemen (schockvriezen ) worden daarvoor gebruikt. Als er namelijk invriesmethoden gebruikt worden die teveel ijskristallen in de voeding doen ontstaan, beschadigen deze kristallen de voedingsmoleculen. Hierdoor zal de beschikbaarheid van het voedsel voor de kat en de hond ook weer afnemen. Dus een goede methode van invriezen is net zo belangrijk als een goed inzicht in voeren.
Overzicht van E-nummers die in andere voeding kunnen voorkomen.
E100- E200 Kleurstoffen
E201- E300 Conserveermiddelen en voedingszuren
E301- E400 Antioxydanten en voedingszuren
E401- E500 Emulgatoren, verdikkingsmiddelen, geleermiddelen en stabilisatoren
E501- E620 Zuurteregelaars, anti klontermiddelen en rijsmiddelen
E621- E640 Smaakversterkers
E641- E713 Diversen
E900- E938 Anti schuimmiddelen, glansmiddelen en meelverbeteraars
E939- E1400 Drijfgassen, zoetstoffen en stabilisatoren
E1401- E1450 Gemodificeerde zetmelen
E1501- E1525 Kunstmatige aromastoffen