Supplementeren of niet?

Supplementeren of niet:


CarniVoer is niet standaard gesupplementeerd.

De reden is dat het toevoegen van vitaminen en mineralen nog niet wil zeggen dat het door de hond en kat wordt opgenomen in de bloedbaan en dat de celreceptoren er iets mee kunnen. Daarnaast kun je de samenstelling zo beïnvloeden dat door onderlinge competitie van bijvoorbeeld mineralen het ene wel en daardoor het andere niet wordt opgenomen. Je kunt dus tekorten veroorzaken bij hond en kat  door onkundig te supplementeren.


Supplementeren is een individuele zaak. Van belang is dus dat het per hond en kat verschilt. Je kunt een sporthond hebben, een opgroeiende pup/kitten, een hond/kat die herstelt van een ziekte of operatie, een te dik dier, een dier met diarree klachten, huidklachten of een oude hond/kat.

Allemaal hebben ze een andere individuele behoefte wat betreft supplementatie. Afhankelijk van het doel wat we willen bereiken. Het is dan van cruciaal belang dat we verstand hebben van de werkingsmechanismen in zo een hond/kat. Alleen met begrip van het gestoorde werkingsmechanisme kan een juiste supplementatie gekozen worden.


Supplementeren is dus geen eenheidsworst die voor alle honden en katten geldt.

Als we besluiten te supplementeren , welk merk preparaat kiezen we dan ?

Overal op het internet en in elke dierenwinkel of supermarkt vind je supplementen voor hond en kat. Kiezen is dus moeilijk, als je er weinig kennis van hebt.

Algemeen kun je stellen goedkoop is duurkoop.

Vitaminen en mineralen moeten zoveel mogelijk lijken op de in de natuur voorkomende vitaminen en mineralen. Vaak moeten ze dus in een bepaalde scheikundige vorm aanwezig zijn en veelal in combinatie met andere natuurlijke middelen die in staan voor de stabiliteit of de kwaliteit van opname in de darm. Het supplement moet dus herkenbaar zijn voor het lichaam. Vele in de fabriek geproduceerde supplementen herkent het lichaam niet en doet er dus ook niets mee.  Het supplement moet scheikundig stabiel in de pot blijven. Vaak kan licht, zuurstof en warmte een degradatie van het supplement geven.

Het supplement moet om effectief in het lichaam te zijn dus enige bewerkingen ondergaan om lichaam herkenbaar te worden.

Dan rest nog de vraag, hoeveel moeten we geven. Dat is weer afhankelijk of het dier een darmaandoening heeft, brok of rauw eet, een leverprobleem heeft, diabeet is en ga zo verder. De dosis moet daar ook op aangepast worden.

Het supplementeren van aminozuren en andere precursoren (voorlopers) van lichaamsstoffen is eenzelfde verhaal als hierboven. Ook dan moet je weten wat je doet.

Omega 3 vetzuren die tijdens het productieproces worden toegevoegd, kunnen snel ranzig worden onder invloed van licht en warmte. Ranzige vetzuren veroorzaken meer schade dan goed aan de hond en kat. Omega 3 vetzuren zijn wel een tekort in de huidige maatschappij. De oorzaak is dat de prooidieren die we gebruiken niet meer gerend, gezwommen of gevlogen hebben en een overmaat aan evolutionair verkeerde voeding hebben gehad. Daardoor bevat dit vlees vrijwel geen omega 3 meer. Omega 3 en omega 6 moeten in een verhouding 1:1 aanwezig zijn om ontstekingen te laten starten maar ook te laten stoppen. Omega 3 vetzuren zijn verder van belang om celwanden soepel te houden en hebben een functie in het insuline metabolisme. Omega 6 is in massa aanwezig en is schadelijk om te supplementeren.

Omega 3 is dus een voorbeeld van een supplement dat toegevoegd moet worden, gezien geen enkele voeding dit meer in voldoende mate bevat. Echter enkele als losse supplementatie over de rauwe voeding heen. Verder moet omega 3 vetzuren bij voorkeur in een lichtdichte flacon in de koelkast of vriezer worden bewaard.

Dit is slechts een voorbeeld om u te laten zien dat supplementeren maatwerk is.


Laat je dus goed informeren door iemand met kennis van zaken als het om supplementeren gaat. Baat het niet dan schaadt het niet gaat zeker niet op !