Juiste Calcium/Fosfor verhouding

Zoeken



Drachtige en zogende teven.


Hebben deze honden behoefte aan een verhoogde energie inname?  Ja, dat is zeker.

 

De drachtige teef heeft afhankelijk van het aantal puppies en het ras hond meer energie nodig. Van belang is dat ze niet teveel energie krijgt. Hierdoor kunnen er geboorteproblemen ontstaan. De te dikke hond kan na de geboorte een leververvetting oplopen. De zogende pups vergen dan dusdanig veel energie dat de vet reserves te massaal gemobiliseerd worden. Deze vetzuren moet in de lever tot glucose worden omgezet hetgeen de lever in een korte tijd niet kan en vervet.

 

De energie (voor langere duur) komt uit de vetten en het eiwit. Vetten leveren per verbrande molecuul meer ATP ( energie) dan suikers.

 

Het verbranden van suiker kost echter minder zuurstof dan het verbranden van vetten. Suiker verbranden gaat sneller, maar levert minder energie dan vet.

 

In de spieren en de lever van de hond zitten suikervoorraden in de vorm van glycogeen. Glycogeen wordt verbrand de eerste minuten van een plotse actie. Het levert vlot energie en kan uitstekend verbruikt worden bij een anaerobe ( zuurstofloze) verbranding. Een snelle sprint bijvoorbeeld.

 

Glycogeen is echter vlot verbruikt, daarna schakelt de hond over op de vetzuurverbranding.

 

Is het geven van granen aan drachtige teven en zogende teven nu een goede vorm van extra energie?

 

Als granen opgenomen worden moeten ze wel ontsloten zijn. Alleen dan is het zetmeel beschikbaar voor het amylase ( enzym) uit de alvleesklier ( pancreas). Amylase is echter beperkt beschikbaar in de hond en vlot uitgeput. Amylase splitst zetmeel in korte keten suikers die door het duodenum in de bloedbaan opgenomen kunnen worden. Als er echter een overmaat aan granen in de dunne darm komt kan niet alles bereikt worden door het amylase en gaat eenvoudigweg door naar de dikke darm waar het gefermenteerd wordt door de flora en fauna en omgezet wordt tot onnodige stoffen. De ontlasting bevat dan ook een residu van onverteerd zetmeel. Een verlies aan energie dus. Bovendien kan door de aanwezigheid van suikers ( zetmeel ) in de dikke darm er een overwoekering van een soort bacterie ontstaan ( monokolonie) Dit kan aanleiding geven tot lokale microscopische ontstekingen in de darmwand. Ook zullen probiotica afsterven door de overmaat aan suiker. Als deze processen een tijd duren kan er een buikvlies en fascia irritatie ontstaan. De sympaticus wordt hierdoor ontregelt en kan gestoorde informatie sturen naar het sacrum. Daar aankomen kan dit aanleiding geven tot lumbale rugpijn. Dus voorzichtigheid en terughoudendheid met het gebruik van granen is niet onverstandig.

Daarnaast zal er veel insuline verbruikt moeten worden om een stabiele suikerspiegel in het bloed te bereiken. Insulineresistentie ligt dan om de hoek. Granen bevatten stoffen die de darmwand beschadigen en zo aanleiding geven tot allerlei chronische ziekten zoals huidallergien.


Het tweede systeem wat loskomt bij een zetmeel rijke voeding is dat het gastric inhibitory peptide ( G.I.P.) geproduceerd in de aanwezigheid van zetmeel door de dunne darm, de bewegingen en de vertering van de maag stillegt. Als er dan nog voer in de maag zit zou dit de aanleiding kunnen zijn van een eventueel maagprobleem zoals dilatatie.

 

Het overtollige suiker in de lever wordt omgezet tot vet.

 

Vet in het eten wordt door de gal en lipase verteerd. Daarna wordt het in stukjes gesneden vet opgenomen door de darm en komt het in de lymfevaten terecht. Via deze lymfevaten gaat het vet naar de bloedbaan en zo naar de lever. De lever zet het om tot vetzuren die weer als energiebron dienen. Het overtollige vet wordt in de vetcellen ( speciaal voor opslag van vet aanwezig in het lichaam. ) opgeslagen. Zo is er een langdurige reserve aan energie wanneer dat nodig is.

 

Samengevat is extra energie in de vorm van meer voedsel en eventueel extra vet de beste methode die het minst van het lichaam vergt.